The megapixelrace: less is more

donderdag, april 23, 2009

Megapixelrace

Megapixelrace

Ik ben op dit moment tamelijk vaak in winkelgebieden aan het fotograferen. Niet altijd even opwindend, al is het fijn dat het bij zonnig weer moet. Buitenlopen in de zon is altijd prettig. Maar je weet op enig moment niet meer waar je bent. Je rijdt van de ene stad naar de andere maar het is overal links een Blokker en rechts een Kruidvat. En als je geluk hebt is er verderop een Hema. De ruimte daartussen is opgevuld met belwinkels, Bakker Bart, We, Bart Smit, Mexx, Esprit en – jawel! – af en toe een fotozaak!

Zo’n winkel loop ik dan af en toe even binnen om eens te kijken wat de trends zijn. Maar ik hoor dan vooral verkopers de meest baarlijke nonsens uitkramen, zoals: “Deze camera is een stuk beter want hij heeft 10 i.p.v.6 megapixels. Hij is het prijsverschil zonder meer waard!” Ik moet dan op mijn tong bijten me daar niet mee te bemoeien. Ik zou dan willen zeggen: “Meneer, u vertelt mevrouw nu wel dat die camera beter is maar kunt u dat eens laten zien? Heeft u twee afdrukjes waaruit dat blijkt? Hoe verklaart u dan overigens dat ik jaren mijn brood heb verdiend met een camera met nog geen 3 megapixels? Dat de foto’s daarvan in internationale bladen zijn gedrukt? Beter zijn dan wat nu uit menig mobieltje komt dat 6 of zelfs 10 megapixels heeft? Zou mevrouw dan trouwens beter niet dat nieuwe mobieltje kunnen kiezen dat maar liefst een 12 megapixel camera heeft en dat je gratis krijgt bij 150 belminuten? O, dat levert u niet? U bent geen belwinkel? Misschien een idee om de omzet op peil te brengen! En waarom vertelt u mevrouw er niet bij dat het overzetten van de beelden naar de computer dan voortaan ook bijna twee keer zo lang duurt? Dat ze wellicht een snellere computer nodig heeft? Meer harde schijven? Duurdere geheugenkaartjes? O, dat is voor u juist het voordeel van die 10 megapixels…” Maar dat zeg ik allemaal niet. Ik kijk nog even snel in de bak met overjarige filmpjes, zwaai naar de analoge camera’s die in een vitrine staan te verstoffen en ga gauw weer aan het werk.

Olympus heeft aangekondigd te stoppen met de megapixelrace. Het bedrijf wil zich concentreren op werkelijke kwaliteitsverbetering. Een dapper initiatief! Zelfs de Consumentenbond (voor mij toch niet altijd een baken van betrouwbare informatie als het om fotografie gaat) publiceert een artikel dat de huidige compactcamera’s wat beeldkwaliteit betreft slechter zijn dan die van twee jaar geleden, hoewel ze méér pixels hebben.

Even wat techniek. Méér pixels betekent ook kleinere pixels. Kleinere pixels betekent méér ruis en een slechtere kleurkwaliteit, een slechtere toonschaal (licht-donker) ook vaak. Bovendien presteren deze kleinere pixels veel slechter bij weinig licht. Maar theoretisch bieden meer pixels ook meer scherpte. Theoretisch. Want u gelooft toch niet dat die afgebroken teennagel die ze bij mobieltjes als ‘lens’ inbouwen ook maar iets van die scherpte kan weergeven? En dan zit er bij negen van de tien mobieltjes ook nog eens een kras en een vette vingerafdruk op die ‘lens’.

Zelfs de grote professionele merken als Canon, Nikon, Leica en Hasselblad hebben de grootste moeite hun lenzen op een dusdanig niveau te brengen dat je daadwerkelijk van die extra megapixels kunt profiteren. Nikon doet dat heel aardig, met een totaal nieuwe reeks lenzen, speciaal berekend voor digitaal gebruik en met op de lens afgestemde afgestemd software in de camera. Deze rekent een aantal onvermijdelijke lensfouten in de camera al weg. Ik heb laatst de nieuwste Nikon D3x op proef gehad (24 megapixels) en met de duurste Nikon lenzen (af 1.500,- euro) haal je die kwaliteit er ook echt uit. Maar omdat mijn klanten nog nooit om méér pixels hebben gevraagd wacht ik nog even met kopen van deze 8.000,- euro camera. Kredietcrisis, weet u wel…

Nikon heeft nog een slimme zet gedaan. Het brengt deze camera feitelijk in twee uitvoeringen. Eén (D3x) met 24 megapixels en een lage lichtgevoeligheid. Eén (D3) met 12 megapixels en een hoge lichtgevoeligheid. Als je dus onder alle omstandigheden wilt kunnen fotograferen heb je ze allebei nodig. Kosten samen: ruim 12.000,- euro. Zonder lenzen dan, hè. Die kosten zeker 2x 1.500,- euro extra. Vroeger kocht je dan gewoon voor 10,- een filmpje met een andere ISO-waarde maar die tijden zijn voorbij.

Wat betekent het voor de consument? Dat je soms heel goed af bent met een ‘verouderde’ digitale camera. Zo kocht ik laatst voor een vriendin de Nikon D40. Een mooie spiegelreflex incl. lens voor nog geen 300,- euro. Volgens een recente ‘test’ volstrekt verouderd want ‘slechts 6 megapixels’. Wat de test niet vertelt is dat deze camera nog met een CCD werkt en niet met een CMOS, zoals alle nieuwe supermegapixelcamera’s. Een CCD heeft nog steeds minder ruis en een betere kleurweergave dan een CMOS en kijk, dat zie je dus wél terug in je afdrukjes! Ik leen hem wel eens van haar tijdens uitstapjes en kan dan jaloers zijn op het gemak waarmee deze camera onder de meest uiteenlopende omstandigheden goede kleuren weergeeft. Niet voor niets zat deze CCD een paar jaar geleden ook in de professionele Nikons (D2x, D100 etc.). En Nikon heeft de software sindsdien alleen maar verbeterd. O sorry, ik maak wel erg veel reclame voor Nikon. Tja, dat krijg je na 35 jaar met één merk fotograferen… Maar Canon is óók heel aardig! Al heeft het topmodel van Nikon net iets meer megapixels dan dat van Canon en is daardoor het prijsverschil beslist waard!

Advertenties

Rare jongens, die fotografen…

donderdag, maart 5, 2009

Een wolkje teveel...

Een wolkje teveel...

Gisteren bij het debat over Fotomanipulatie geweest in Nieuwspoort. Heb ik me toch echt op zitten winden. ‘Photoshop is voor de dommen’ (Edie Peters) en ‘Een roodfilter gebruiken bij de opname mag wel maar hetzelfde filter in Photoshop gebruiken mag niet’ (Eduard de Kam) waren maar twee van de paneluitspraken die me naar de interruptiemicrofoon deden grijpen. Het algemene beeld van het (overigens zeer levendige) debat was toch: in Photoshop mag niets worden gedaan dat in de analoge fotografie ook niet zou kunnen.

Een tamelijk naïef standpunt. Het deed me denken aan de eerste jaren van de auto. Je mocht eind 19e eeuw wel in een auto rijden maar beslist niet sneller dan een paard en wagen. En vóór de auto uit moest een man met een lantaarn lopen om iedereen te waarschuwen. Het zal nog niet eenvoudig zijn geweest om met zo’n sukkelgangetje van 4-5 km/u door veld en beemd te rijden. Ik neem aan dat menige chauffeur het af en toe niet meer uithield en buiten het zicht van de sterke arm der wet vol op het gaspedaal heeft getrapt, de arme lantaarndrager verschrikt in de berm achterlatend. Wie nu naar buiten kijkt, ziet dat het met de auto enigszins anders is gelopen dan men toen voorzag en dat zal met Photoshop precies zo gebeuren. Alle mogelijkheden die deze prachtige techniek biedt zullen uiteindelijk ook worden gebruikt. Creatief of manipulatief, dat is de vraag. Maar een raceauto is nu eenmaal niet gemaakt om op een woonerf te rijden.

Denken dat je dat door regels en afspraken kunt voorkomen is niet realistisch. Ja, de meest schrijnende gevallen (de inmiddels beruchte ‘onechte herten’ van Jean-Pierre Jans) zullen wel door de mand vallen. Maar fotografen zullen altijd op zoek blijven naar een eigen aanpak, een eigen stijl, naar iets waardoor ze zich met hun beelden van collega’s kunnen onderscheiden. Ook met hulp van Photoshop. De één doet dat door zijn foto’s, zoals Zilveren Camera prijswinnaar Joost v.d. Broek, wat kleurarm af te werken (mag wel van het panel), de ander, zoals ZC-prijswinnaar Pim Ras, door de kleuren juist wat meer te verzadigen (mag niet van het panel). Begrijpt u het nog?

Het debat had natuurlijk eigenlijk moeten gaan over journalistieke integriteit in brede zin en hoe die te bevorderen. Want inbreuk daarop beperkt zich geenszins tot het oneigenlijk gebruik van Photoshop. Als tijdens de presentatie van een jaarverslag de voorzitter van de raad van bestuur even zijn bril af doet om een vuiltje uit zijn oog te wrijven ratelen de camera’s als machinegeweren in Gaza. En ja hoor, de volgende morgen zie je uitgerekend die foto groot in de krant onder de kop “BEDRIJF X ZWAAR IN DE PROBLEMEN”, daarmee de suggestie wekkend dat de bankdirecteur er zelf om heeft zitten janken.

Ik moet eerlijk toegeven: ik heb me ook wel eens bezondigd aan ‘creatieve manipulatie’. Toen ik bij de GPD als beginnend persfotograaf meedraaide, lagen er in de doka zakjes met voetballen klaar in diverse maten, die je in de foto kon plakken als je de bal bij de wedstrijd niet goed in beeld had gekregen. Reken maar dat ik die zakjes de eerste maanden nodig heb gehad! Toen ik in diezelfde tijd een demonstratie van boze zeevissers fotografeerde in de Houtrusthallen, heb ik bij wijze van experiment eens totaal verschillende foto’s gemaakt, waaronder één met een groothoeklens van achteruit de enorme zaal, waardoor het leek of er geen hond naar de demonstratie was gekomen. Bij een andere foto gebruikte ik juist een sterk teleobjectief, waardoor de indruk ontstond dat de mensenmassa dicht opeen zat gepakt in een veel te kleine zaal. Twee foto’s van dezelfde bijeenkomt, met journalistiek elk een totaal verschillende lading. Maar volgens het panel niet ge-Photoshopt en dus ‘waar’. Aangezien de GPD in die dagen voor totaal verschillende kranten werkte, heb ik beide foto’s kunnen slijten.

Ik houd me als opdrachtfotograaf zelden nog bezig met fotojournalistiek. Ik kan me dus ook iets meer permitteren dan de ‘echte’ fotojournalist. Ik ben meer een beeldmaker of illustrator zoals de Kam gisteravond terecht vaststelde. Dus poets ik wel eens een berg zand of een bouwkeet weg bij een architectuurfoto, een storend stopcontact op een strak gestuukte muur, een vlekje op een paprika, een rimpeltje bij een goede vriendin. Photoshop is daarbij een gewaardeerd hulpmiddel geworden. Toch heb ik een ingeboren neiging om zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid te blijven.

 

Fort Ellewoutsdijk, Westerschelde, Dow Chemical

Fort Ellewoutsdijk, Westerschelde, Dow Chemical

De mooiste en subtielste vorm van manipulatie deed ik met bijgaande foto voor Natuurmonumenten van Fort Ellewoutsdijk. Er kwam geen Photoshop aan te pas. Het natuurgebiedje aan de Westerschelde ziet uit op de industrie van Dow Chemical bij Terneuzen. Het contrast tussen de natuur, het wijde water, het fraaie Hollandse licht en de (vervuilende) industrie sprak me wel aan. Uit één van de schoorstenen van de fabriek kwam een klein wolkje diepzwarte rook. Terwijl ik stond in te stellen kwam er een sleepbootje voorbij dat ook een aardige rookpluim achterliet. Toen het schuitje uit beeld was gevaren dreef de rookpluim langzaam richting het veel kleinere zwarte pluimpje van Dow Chemical en toen die daar optisch gezien precies op aansloot, drukte ik af. 100% werkelijkheid, 0% Photoshop, maar pure manipulatie! Eigenlijk niet eens uit opzet om DOW een hak te zetten maar meer uit verbazing over dit bijzondere visuele toeval. Nooit heeft iemand over deze foto gemekkerd.

Om de lucht van dezelfde foto wat zwaarder aan te zetten gebruikte ik bovendien een peperduur grijs-verloopfilter van Sinar. Puur optisch en analoog, dus dat mag van het Nieuwspoortpanel. Dat je dit tegenwoordig veel makkelijker, mooier en goedkoper kunt doen in Photoshop is mij gisteravond, als fotojournalist althans, verboden. Dat gaat in deze tijden van economische neergang die arme fotojournalisten dus ook nog eens aardig wat geld kosten…

Daar zijn we weer!

donderdag, maart 5, 2009

Het zijn tijden waarin veel oude dingen terug komen. Afgelopen zaterdag was bijvoorbeeld de ‘Dik voor Mekaar’-show weer op TV en binnenkort komt zelfs ‘Zeg eens A’ terug op de buis. Naast ‘Top of Flop’, ‘In de Hoofdrol’ en heel wat ander jeugdsentiment.

Heeft dat me de moed gegeven om mijn weblog vandaag weer op te pikken? In ieder geval bewijst het dat je iets dat goed was, maar dat om één of andere reden tot stilstand is gekomen, altijd weer op kunt pikken. Want hoe gaat dat met zo’n weblog? Je slaat een keertje over omdat er niks te melden is, dan weer heb je zoveel onderwerpen dat je niet kunt kiezen, er gebeurt privé het één en ander. Dan wordt de druk om iets te schrijven en je tegelijk te verontschuldigen zo groot dat je niet meer durft. En voor je het weet heb je bijna anderhalf jaar niks geschreven.

Dat is in weblogwereld zo’n doodzonde dat ik een maand geleden besloot mijn weblog maar van het internet af te halen. Ik dacht: dat mist en merkt toch geen hond. Foutje… Binnen 24 uur had ik een mailtje van een gewaardeerde collega : ‘Waar is je weblog gebleven?’ Ik moet toegeven: het was een mooi moment. Ik was nodig! Ik werd gemist! Is dat niet één van onze diepste levensbehoeften? Dus: Hier zijn we weer! Regelmatig en onregelmatig schrijvend over fotografie, licht en alles daar om heen. We zien wel waar het schip dit keer strandt…

Met dank aan de leuke contacten die ik aan het blog heb overgehouden met oude vrienden, oud-leerlingen en oud-collega’s die uit het oog waren verloren. En natuurlijk met al diegenen die sowieso geïnteresseerd bleken!

De Wet van Behoud van Ellende – 2

woensdag, november 21, 2007

compactflash.jpg 

De tijd van de analoge fotografie was spannend. Altijd was er dat wachtkamergevoel tussen opname en resultaat waarin je hoopte, bad en vreesde voor het moment dat de films op de lichtbak werden gelegd. Als beginnend fotograaf hoopte je simpelweg dat de opnamen ‘gelukt’ waren. Als professional later dat er gewoon ‘niks fout’ was gegaan. Maar altijd moest je door die periode heen van afwachten en overgave, waarin de films door het laboratorium of je assistenten werden ontwikkeld en gedane zaken onomkeerbaar werden. Het omgaan met de spanning en het proberen los te laten waren een ritueel onderdeel van het fotografisch proces. Ik zou haast zeggen: een spirituele oefening.

En er ging natuurlijk wel eens wat fout. We kenden allemaal dat verhaal van die modefotograaf die met 5 modellen, een container kleding, een visagiste, een styliste, een art-director, twee assistenten en drie medewerkers van het modehuis een week lang op de Bahama’s had gefotografeerd voor de zomercatalogus en waarvan alle 67 diafilms in het laboratorium verkeerd ontwikkeld werden. ‘Het spijt ons bijzonder maar wij vergoeden natuurlijk wel de 67 filmpjes’, was het commentaar geweest van de baliemedewerker.

Ook in mijn eigen praktijk zijn regelmatig rampen gebeurd. Camera open doen terwijl de film nog niet was terug gespoeld, films die in de post zoek raken, een film die niet bleek te zijn getransporteerd na tientellen opnamen, een film opnieuw belichten die je al eerder belicht had, lekkage van water in het filmarchief, een fout afgestelde machine in het laboratorium, ik heb alles wel een keer meegemaakt. Soms met opnamen die je nog eens over kon maken, soms met onvervangbare beelden.

Ik herinner mij bijvoorbeeld de tijd dat ik de doka nog aan huis had en mijn vrouw zo’n acht maanden zwanger was. Er deden zich wat complicaties voor en doktoren vlogen in en uit, evenals een overbezorgde schoonmoeder. Ik probeerde, naast het zetten van koffie, het openen van deuren, het overleggen met mijn vrouw en het bellen met artsen, mijn werk te doen: het ontwikkelen van 12 films tegelijk die ik in Drente, in de kop van Noord-Holland en het zuiden van Limburg had gemaakt. Een spoedopdracht. Ik ontwikkelde de films van de weeromstuit in zuiver leidingwater maar fixeerde ze wel grondig. Alles weg!

Of die bruidsreportage die ik maakte voor de dochter van een zeer invloedrijke familie, een duur aangeklede en strak geregisseerde gebeurtenis waarvoor de Groten van Nederland waren uitgenodigd. En dan het moment dat het laboratorium zegt: ‘Er is door een storing iets mis gegaan met je films…’ Ongeloof, boosheid en tranen volgen elkaar dan, zoals in ieder rouwproces, in hoog tempo op. Er stond bijna niets op de films maar het laboratorium heeft ze uiteindelijk toch afgedrukt. Het werden grijsbruine, vale prentjes die wel in 1850 gemaakt leken. Het bruidspaar vond het overigens nog erg meevallen en zag het verschil pas toen ik – geluk bij een ongeluk – een week later hun kerkelijke inzegening had gefotografeerd.

In dit licht gezien lijkt de digitale fotografie een enorme vooruitgang. Het onmiddellijk terugkijken van de gemaakte beelden is het nieuwe ritueel geworden. Als je, zoals ik, af en toe met een groep fotografen op pad bent levert dat komische taferelen op. Klik, kijken, klik, kijken, klik, kijken. En dat allemaal tegelijk en achter elkaar door. Het lijkt wel een club duivenmelkers.

De spanning is weg, gemaakte fouten kunnen direct worden hersteld, fotografie is een stukje minder magie en een stuk méér zekerheid geworden. Behalve dat er natuurlijk altijd nog de ‘Wet van Behoud van Ellende’ is. Dus heb ik inmiddels al de nodige digitale rampen meegemaakt. Toen ik nog maar net digitaal fotografeerde formatteerde ik, al babbelend met de opdrachtgever, ooit een geheugenkaartje waar de hele productie van die ochtend op stond en fotografeerde vervolgens niets beseffend verder. Ik ben al één of twee keer een cd met beelden tegenkomen die op geen enkele cd-speler of dvd-drive afgespeeld of gelezen wil worden. Weg opnamen. En dan de gevaarlijkste. Je denkt je beelden over te zetten op je computer en op de backup. Maar ergens hapert het en niet alle beelden gaan over. Terwijl jij je koffie drinkt of je mail checkt stopt het kopiëren zonder aanwijsbare reden en de mededelingen zijn al van het scherm als je het weer een blik waardig keurt. Je komt er pas drie weken later achter dat je een hele set beelden mist als het originele kaartje inmiddels al vele malen opnieuw is beschreven. Gewoon een ramp. En zo is gelukkig toch niet alles veranderd in de fotografie.

De Wet van Behoud van Ellende

maandag, november 19, 2007

Vista logo

Als ik wetenschapper was geworden zou ik nu onderzoek doen naar de Wet van Behoud van Ellende. Het geloof in de vooruitgang houdt de mens op de been (daar is een geloof ook voor) maar wie wat langer meeloopt raakt dat geloof toch gaandeweg een beetje kwijt. Waar de jongeren nog wild staan te dansen om het Gouden Kalf van de Vooruitgang kan ik soms zuchtend alleen nog wat uiterlijke veranderingen zien en weinig wezenlijke verbeteringen.

Het leven lijkt voor mij, als oude man van 52, steeds meer op het spel ‘de Torens van Hanoi’. Een zinloos spel waarbij een stapeltje houten schijven volgens bepaalde regels van de ene naar de andere plaats moet worden overgebracht. Uiteindelijk staan de schijven weer precies zó als ze stonden maar zijn er vele uren verstreken. Een spel is om de tijd te doden en de verveling te bestrijden. Zou dat voor de vele veranderingen in ons leven, die ons als technische vooruitgang worden verkocht, ook gelden?

Een simpel voorbeeld. Ik ben nu zeker al aan mijn tiende mobieltje. Ik ben begonnen met zo’n kloeke hoorn die vast in de auto was ingebouwd. Met zestien grote toetsen had je het helemaal gehad: tien cijfers, een sterretje en een  hekje, een toets voor ophangen en één voor bellen en twee pijltjes om door het telefoonboek te scrollen. Bij model zes of zeven begon het me al te irriteren. Het apparaat stond bol van de extra functies maar met de kleine toetsjes was bellen in de auto je reinste zelfmoord. Met mijn huidige model kan ik (naast een 100-tal andere functies) internetten en e-mailen maar bellen in de auto gaat nu alleen nog maar door met een stokje, dat onderin het telefoontje zit, met bibberende hand – want rijdend – een adres aan te wijzen. Ik spreek de laatste tijd allerlei mensen die ik heel lang niet heb gesproken. Dat vinden die mensen leuk. Het zijn ook vaak best lange gesprekken. Maar de mensen die ik MOET spreken krijg ik al rijdend maar niet goed ‘aangeprikt’.

Ik weet dat er weer allerlei oplossingen bestaan voor mijn probleem. Ik heb er al zo’n stuk of drie geprobeerd en vervolgens ook weer terug gebracht naar de winkel. Geloof me, met ieder apparaat komen weer nieuwe, andere problemen om de hoek kijken. Ik zal ze u allemaal besparen. Maar weet wel: ik wil gewoon weer die kloeke hoorn terug!

Zo kocht ik ook begin dit jaar een nieuwe laptop. Als fotograaf vind ik een goed beeldscherm erg belangrijk en ik kwam uit bij een Sony Vaio met een bijzonder fraai scherm. De MacBookPro van Apple leek me te duur en dat was een grote vergissing van me zoals ik nu weet. Goedkoop is duurkoop. En zo goedkoop was de Sony trouwens helemaal niet. De verkoper keek mij dan ook glunderend en handenwringend aan en zei: ‘U boft! Dit is één van de eerste laptops die met Windows Vista is uitgerust!’ Ik vond het allemaal wel strak ogen en ging voor de bijl. Stom, stom, stom…

Ik heb de afgelopen maanden alles wat mis kan gaan onder Vista een keer mis zien gaan en neemt u van mij aan: DAT IS HEEL VEEL! Dat moet ook wel want Microsoft heeft vele miljarden geïnvesteerd in de ontwikkeling van deze software. Waarschijnlijk hadden ze, toe ze na een maandje programmeren een goed werkend pakket hadden gemaakt, nog zoveel budget over dat ze er vervolgens ook nog een paar duizend ernstige bugs in hebben geprogrammeerd. Anders hadden ze na een maand al geen werk meer gehad tenslotte. En nu hebben al die programmeurs tenslotte ook nog járen werk om elkaars bugs er weer uit te krijgen!

Naast blauwe schermen, een laptop die na een update (van Windows zelf!) niet meer wil opstarten was het hoogtepunt (of dieptepunt) van de week wel dat bij het installeren van een programma dat ik keurig legaal heb aangeschaft na het intikken van de ellenlange productcode de mededeling kwam: ‘Invalid Product Code’. Ik had het programma al eerder op de vorige laptop gebruikt zonder problemen en geloofde dus aan een tikfout. Maar letter voor letter vergelijken, het programma verwijderen en opnieuw installeren of de computer opnieuw opstarten gaf allemaal geen soelaas. Het bleef voor Vista een ‘Invalid Product Code’.

Ik heb de laptop van de week helemaal leeg gehaald en gereset naar de situatie van aanschaf, heb alle updates gedownload van Windows en toen pas de gebruikerssoftware. En het lijkt voorlopig redelijk te werken. Ik kan nu eindelijk weer een weblog schrijven.

Maar als ik de verkoper van die Sony Vaio ooit nog tegenkom stop ik mijn super breedbeeld laptop dwars in zijn mond, zodat hij nooit meer zulke onzin uit zal kramen. Hij is bij deze gewaarschuwd!

– Wordt vervolgd –

Play suspended

vrijdag, juli 6, 2007

Regen op Wimbledon

De storm en regen maken dat ik wel even tijd heb voor een nieuw weblog. Ik moet eigenlijk ‘Typisch Nederland’ fotograferen voor een agenda. Een leuke klus. Maar frustratie was tot nog toe mijn deel.  Het begon al twee weken geleden. Ik had die ene (achteraf laatste) mooie dag veel beter moeten benutten. Niet eindeloos moeten doorwerken aan dat ene thema. Niet eindeloos moeten rondrijden op zoek naar een nóg mooiere locatie. Ik had de afspraak ’s ochtends bij het bureau moeten afzeggen. De volgende dag barste de regen los en had ik precies één van de twaalf afgesproken foto’s.

Erg druk maakte ik me er nog niet om. Ik had nog twee weken de tijd en er was beter weer op komst. Zeiden ze. Dat viel tegen. De maandag en dinsdag waren onbruikbaar. Rondrijden en rondrijden. Enkele seconden breekt de lucht open. Een prachtige lucht maar je staat net verkeerd. Je rijdt snel naar de beoogde locatie. Daar regent het inmiddels weer.

Woensdag zit ik lusteloos voor de TV naar Wimbledon te kijken. Ik heb tijd vrijgemaakt voor deze belangrijke opdracht en alle andere werk verschoven. Dat draai je niet even terug. Dus nu alle rekeningen zijn getikt, alle bestanden zijn gebackupt en opgeborgen, alle mail en brieven zijn beantwoord kijk ik even TV. Ik zie een gefrustreerde Nadal die keer op keer de baan moet verlaten. Ik voel met hem mee. Play suspended. Het komt met bakken uit de hemel. De ballenjongens van Wimbledon rennen naar het dekzeil en trekken dit razendsnel over de heilige grasbanen. Engelsen en gras. Je zou er een boek over kunnen schrijven.

Donderdag en vrijdag valt het weer reuze mee. Er zijn erg mooie luchten. Ik zie het gelukkig niet. Ik sta in de vensterloze studio’s in Ede het werk van mijn leerlingen te beoordelen. Als mijn collega Jan er niet was geweest hadden ze misschien gemiddeld een punt lager gekregen dan vorig jaar. Frustratie zoekt zo zijn uitweg. Maar ik weet me te beheersen en Jan en ik zijn het telkens roerend eens. Voor mijn frustraties zal ik een andere uitlaatklep moeten zoeken.

Het weekend dan? Privéafspraken die al maanden staan. Leuk en gezellig was het wel. Maar ondanks drank en lekker eten komt maandagochtend de frustratie weer vrolijk terug. Het regent. ‘Goh, wat een geluk dat we het weekend droog hadden!’, mailt één van de vrienden.

Zoals Nadal bij stukjes en beetjes zijn wedstrijd wint van Soderling, zo sprokkel ik tussen de buien door mijn foto’s bij elkaar. Ik heb er nu al vier! Maar er zat één makkie bij. Een fietser in de regen. Nou, regen genoeg! Nu nog een fietser die zo gek is… Maar iedereen is druk, druk, druk en zomaar een voorbijganger wil het bureau niet. De angst voor claims over privacy en portretrecht zit er goed in. Uiteindelijk koop ik mijn zoon om. Als we een half uurtje bezig zijn komt de vraag waar ik op zat te wachten: ‘Moet ik nou echt nóg een keer door die regen?’ ‘JA! Kop dicht en doorfietsen!’ Oeps, daar was weer even die frustratie… God straft onmiddellijk. De volgende dag voel ik me verkouden.

Het weer op maandag zou slecht zijn maar vanaf dinsdag werd het langzaam beter. Ik maak voor maandag dus andere afspraken maar hou vanaf dinsdag vrij. Maandag is vervolgens een heel aardige dag maar vanaf dinsdag is het ronduit verschrikkelijk. De heren meteorologen worden bedankt en Michaella Krajicek verliest van de Française Bartoli. Na een regenpauze is Krajicek zichzelf niet meer. Ze verliest van uitgerekend zo’n ‘vet varken’ waar haar broer zich eerder zo laatdunkend over uitsprak. Nee, Bartoli is geen plezier om naar te kijken. Ze staat maar met een uitgestreken smoel te huppelen en heeft de ‘by far’ meest spastische service ooit. Maar ze wint wel. Michaella is in tranen en kijkt wanhopig naar haar vader. Ik voel de verkoudheid omslaan in koorts.

Woensdag lig in met koorts in bed en zeg de ene foto die ik had kunnen maken af. Donderdag zit het weer even mee. Ik kan drie onderwerpen doen. Toe maar! De laatste foto is er één van de skyline van Den Haag vanaf een hoog gebouw met de naam ‘Centre Court’. Kom ik dan uiteindelijk toch nog in de finale? Vrijdag stormt en regent het.

Dit weekend wordt het mooi weer. Zeggen ze.

Bussgeldverfahren

woensdag, mei 30, 2007

Bussgeldverfahren

Ik heb in mijn vorige blog geschreven hoe mijn slachtoffers reageren als ze door mij gefotografeerd moeten worden maar fotografen zijn zelf net gewone mensen. Ze vinden het ook niks om naar de fotograaf te moeten. Ik heb al drie maanden pasfoto’s nodig maar stel het telkens uit, hoewel de vakantie rap nadert. Met die nieuwe, strenge regels durf ik zo’n foto niet meer zelf te maken. Maar ik zie ook op tegen de gang naar de fotowinkel, waar zo’n 16-jarige je achter een gordijntje duwt en gaat doen of hij Richard Avadon is.

Ongemerkt gefotografeerd worden is vaak het prettigst. Het levert meestal ontspannen, leuke foto’s op. Zo maakte een leerling laatst een aardige foto van me in Berlijn, terwijl ik op Unter den Linden achter een pilsje zat. Als ik zo’n foto zie denk ik: ‘Die kop valt nog best mee met die 52 jaar!’ Jammer alleen dat hij verder niet voldoet aan de eisen voor pasfoto’s.

Laatst kreeg ik nog een foto toegestuurd van me zelf. Ook die was ongemerkt gemaakt. Maar ik weet niet of ik hem zo leuk vind. Dat kan ook komen door de brief die erbij zat. Die kwam van het Kreis Borken. Dat is het Duitse district waar ik nog al eens met de auto doorheen rijdt omdat ik daar mijn weekendhuis heb. In de brief werd gevraagd of ik even naam en adres op wilde geven van de bestuurder van de Citroën C5 met kenteken X die op tijdstip Y met te hoge snelheid op weg Z gefotografeerd was. Kortom: ik had mijn eerste Duitse snelheidsovertreding.

In Duitsland gaat alles anders. Dat maakt het een erg leuk land, zelfs bij zo’n verkeersboete. Zo’n boete heet bijvoorbeeld een ‘Bussgeldverfahren’. Duitsers houden van lange woorden. Te hard rijden is een ‘Geschwindigkeitsüberschreitung’ en als ik de naam en adres niet wilde opgeven kon ik mij beroepen op het ‘Aussageverweigerungsrecht’. De overtreding zelf heet een ‘Ordnungwidrigkeitanzeige’ en de overtreding werd geconstateerd met behulp van een ‘Einseitensensormessgerät’. Het Scrabblespel in Duitsland meet ruim 1 ½ bij 1 ½ meter en voor driemaal woordwaarde moet je een woord van tenminste vijftig letters maken, zo heb ik begrepen.

De boete heeft ook een afzender, in dit geval Frau A. Thesing van het Kreis Borken. Haar emailadres en telefoonnummer staan erbij en zelfs de dagen dat ze afwezig is, ik neem aan om voor haar kinderen te zorgen. Ik kan haar het ingevulde formulier, waarvan een keurige Nederlandse vertaling is bijgevoegd, desgewenst retour mailen. In Nederland is dat ondenkbaar. De arme vrouw zou bakken met hate-mail over zich heen krijgen en waarschijnlijk met man en kinderen op geenstijl.nl te kakken worden gezet. Maar niet in Duitsland en dat is eigenlijk wel zo prettig.

In Duitsland word je van voren gefotografeerd als je te hard rijdt. Er wordt zowel een foto van het kenteken gemaakt als van de bestuurder. Op zich al een knappe prestatie die ik ze zo in die halve seconde niet even nadoe. Maar het is best schrikken als die flits recht in je snavel afgaat. Als er iemand op de bijrijderstoel zit wordt diens gezicht netjes afgeplakt. Naar verluid zijn er in Duitsland in het verleden huwelijken gestrand omdat af en toe een echtgenote een boete openmaakte en haar man met secretaresse mijlenver van seminar of congres gezellig rond zag rijden.

Ik sta ontzettend dom op de foto. Ik was op dat moment ook ontzettend dom. De weg waar ik gefotografeerd ben (gelukkig buiten de bebouwde kom) gaat binnen goedweg een kilometer van max. snelheid 50km naar 100km en dan weer terug naar 70km en paar honderd meter verder alweer naar 50km. Tja,als je dan zit te suffen gaat het fout.  Dat is op zich al best dom. Maar het ergste durf ik haast niet te vertellen. Ik zag de driepoot staan en ik dacht: ‘Hé daar staat een collega.’ Het idee van een verkeerscontrole kwam niet eens in me op. Je ziet het aan mijn blik: ‘Wie gaat dáár nou staan fotograferen…?’ Echt heel erg ongelooflijk dom. In het FOAM was laatst een tentoonstelling van politiefotografie. Misschien is het een idee om ook eens dit soort portretten te exposeren.